Ga direct naar de hoofdinhoud

MOET JE NIET SPELEN?

 

“Moet je niet spelen?” zegt vader tegen zijn zoontje van 8 jaar. De kleine jongen zit voor zich uit te staren op een zitkussen in de kamer. Voor hem heeft hij de treinrails uitgestald en een paar delen van de trein liggen erbij.

 

Het jongetje zit wat beteuterd voor zich uit te staren en heeft geen idee wat hij nu moet gaan doen. In zijn linkerhand heeft hij zijn knuffel vast die natuurlijk overal mee naartoe moet. “Zonder knuffel voel ik me zo alleen”, komt het uit zijn mond. En het is toch sowieso veel gezelliger om met z’n tweeën te spelen dan in je uppie.

 

Papa is het helemaal eens met zijn zoontje en gaat naast hem op de vloer zitten. Zonder in eerste instantie iets te zeggen. En de kleine jongen zit nog steeds met zijn armen over elkaar en zijn knuffel op de grond bij hem, voor zich uit te staren en zegt niets. Zijn papa kijkt naar de trein en vraagt wat de trein kan. Voorzichtig kijkt de kleine jongen op naar zijn vader en geeft antwoord. "Hij kan echt rijden, knap he!" En laat het zien aan zijn vader. 

 

“Oh wauw, dat is leuk!” zegt papa dan.

“Jij mag de rails veranderen. En ikke de trein, leuk!” zegt zijn zoon.

 

Samen zetten ze alles in elkaar. Het zoontje maakt er zelfs een mooie omgeving bij met een paar auto’s en wat boompjes. “Hier” zegt hij tegen zijn vader “dan kan je ook iets neerzetten.”

 

Hoe mooi is dat, dat ik de rails mag veranderen. En ook nog eens mag helpen met de omgeving te maken. Superlief. Denkt vader.

 

Als de rails is gelegd, de trein in elkaar gezet en de omgeving ook erbij is gemaakt, gaan ze samen spelen. En de knuffel mag er ook bij. “Misschien is de knuffel wel zo klein dat hij in de trein past. Wat denk jij?” vraagt vader aan zijn zoontje. 

 

“Kijk! Hij is te groot voor de trein” komt er uit de mond van de jongen en hij begint te lachen. "Ik zet de knuffel hier neer en dan kan hij toch zien wat we doen. Ja dat vind ik een goed idee."

 

Samen spelen ze gezellig verder met de trein.